Waarom jouw tekst niet ‘lekker loopt’ en hoe je dat oplost
Soms heeft een tekst alles: de juiste info, een grapje, een leuke afsluiter. Maar toch… klopt er iets niet. De tekst loopt niet lekker. Hoe kan dat? Hoe herken je een tekst die niet lekker loopt? En het belangrijkste: hoe los je het op?
Mijn tekst loopt niet lekker
Het begint natuurlijk bij de constatering. Want lang niet iedereen heeft door dat een tekst niet lekker loopt. Het is eerst belangrijk om te checken of de structuur van jouw tekst klopt. Deze tips drie tips helpen je met het begin.
1. Verleid je met het intro?
Soms gaat het bij de intro van een tekst al mis. Zorg dat je in de eerste zinnen al nieuwsgierig maakt. Laat iets aan de verbeelding over. Natuurlijk wil je weten waar de tekst over gaat, maar je wilt er ook voor zorgen dat je nog niet alles weggeeft. Tease, schuur en verleid.
2. Klopt de opbouw van je verhaal?
Je verhaal hoeft niet chronologisch te worden verteld. De meest voor de hand liggende manier is niet altijd de beste manier. Maar een lezer moet wel snappen wat je aan het doen bent. Het moet logisch voelen. Je kunt dus best een scherp citaat neerzetten en dat vervolgens pas uitleggen. Of je begint met een oplossing en vertelt daarna welk probleem er eigenlijk speelde. Ook hier geldt namelijk: zo lezen de mensen door. Maar wel uit dat je niet van de hak op de tak springt.
3. Zit er ritme in de zinnen?
Ritme in een tekst. Het wordt enorm onderschat. Want juist als de ene zin langer is dan de ander leest dat prettig. Van alleen maar korte zinnen word je moe. En over veel lange zinnen achter elkaar moet je te lang nadenken. Schrijf zoals je praat. Wissel van ritme. Laat pauzes vallen en ratel soms lekker door.
4. Is er wel witruimte?
Je kunt nog zo’n fijne tekst schrijven. Als je de lezer niet af en toe een beetje ruimte geeft om te ademen, haakt hij af. Zie het een beetje als die ene oom op een verjaardag. Die lange monoloog? Na twee minuten ben je hem al kwijt. Veel teksten worden tegenwoordig gelezen op telefoons. Staat het hele scherm vol letters? Dat roept weerstand op. Gebruik de witregel dus slim.

5. Heb je de juiste signaalwoorden?
Signaalwoorden. Het voelt misschien als iets van de basisschool. Maar ze geven richting aan de lezer. Je weet door deze woorden wat er komt. Of waar je naar teruggrijpt. En juist die verwachtingen zijn fijn als je in een onderwerp duikt. Durf er wel mee te experimenten. Begin je zin met het woord ‘en’ of ‘maar’. Mocht vroeger niet, is nu juist lekker!
6. Raakt je tekst de lezer?
Heb jij ooit een hele droge opsomming onthouden? Heb jij over feitelijke verhalen verteld aan je buurvrouw? Nee. Want als je wilt dat je tekst loopt én onthouden wordt, moet je soms verrassen. Je maakt een grapje, zet aan tot nadenken of weet precies de juiste snaar te raken. Een traantje wegpinken? Dat hoeft echt niet. Maar zorg voor herkenning. Voor oprechtheid. Of juist voor een invalshoek die iemand zelf niet zo snel zou kiezen.
7. Sluit je je verhaal ook écht af?
Tijdens mijn opleiding leerde ik ooit: een tekst moet een uitsmijter hebben. Ik vond het zelf vaak uitgekauwd. Toch weet ik inmiddels wel dat het fijn is als je tekst echt afgerond voelt. Dat kan met een soort samenvatting of conclusie. Een overdenking doet het naar mijn mening ook altijd goed. En in commerciële teksten kun je natuurlijk kiezen voor een call tot action. Zorg dan wel dat-ie origineel is, want juist dan klik je nét iets sneller.

Ik krijg het echt niet voor elkaar
Je hebt gezocht, geprutst, veranderd. Maar het blijft toch een beetje belabberd. Herkenbaar? Hoe meer je blijft schrapen, hoe erger het soms wordt. Die ene collega heeft nog wat toegevoegd, de directeur vond dat dit er écht nog in moest. En uiteindelijk zit jij met een tekst waar je niet achter staat. Staar je niet blind, maar zoek naar een andere bril. Zo eentje die precies de juiste scherpte heeft en een doel voor ogen.